Over dit onderzoek

Verantwoordingsdag

Op Verantwoordingsdag (de derde woensdag in mei) leggen de ministers verantwoording af over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering van hun ministerie in het afgelopen begrotingsjaar. Ze bieden hun jaarverslagen aan het parlement aan. De informatie in de jaarverslagen bestaat uit financiële informatie, informatie over de bedrijfsvoering en informatie over gevoerde beleid. De jaarverslagen moeten inzicht geven in hoeverre het geld is besteed aan het doel waarvoor het beschikbaar is gesteld en dat bij de besteding de wet- en regelgeving is nageleefd. De Algemene Rekenkamer doet onderzoek naar de verantwoording van de ministers en presenteert de resultaten daarvan ook op Verantwoordingsdag.

Verantwoordingsonderzoek

Bij het jaarlijks verantwoordingsonderzoek kijken we zowel naar de kwaliteit van de jaarverslagen als naar de kwaliteit van de bedrijfsvoering en de totstandkoming van de beleidsinformatie. De taken en bevoegdheden voor ons jaarlijkse onderzoek liggen vast in de Comptabiliteitswet 2001. Op basis van de jaarverslagen en ons onderzoek kan het parlement na Verantwoordingsdag met het kabinet in gesprek over wat er terecht is gekomen van de plannen die ruim anderhalf jaar ervoor – op Prinsjesdag - aan het parlement zijn gepresenteerd. Onze rapportage biedt input voor het gesprek:

  • Heeft het beleid de gewenste resultaten?
  • Zijn de zaken goed geregeld op het departement?
  • Wordt het geld besteed volgens de regels?

Als alles goed is kan het parlement vervolgens decharge verlenen aan de ministers: de ministers worden dan ontheven van hun verantwoordelijkheid voor het financieel beheer in een verslagjaar.

Werkwijze Algemene Rekenkamer

De wet- en regelgeving is een belangrijk uitgangspunt voor ons onderzoek. Zo bepaalt de wet dat de jaarverslagen moeten voldoen aan de eisen uit de Comptabiliteitswet en de Rijksbegrotingsvoorschriften. Bij ons onderzoek maken wij gebruik van internationaal aanvaarde controlestandaarden die gelden voor Rekenkamers.

Wij onderzoeken niet iedere geldstroom tot in detail, maar hanteren een werkwijze die is gebaseerd op risicoanalyse. Dit betekent dat we gericht onderzoek doen naar die bedrijfsprocessen of geldstromen waar we voorafgaand aan het onderzoek risico’s hebben geïdentificeerd. Daarbij maakt de Algemene Rekenkamer zoveel mogelijk gebruik van het werk van de Auditdienst Rijk. Daar waar de Auditdienst Rijk als interne controleur zekerheid verschaft en rapporteert ten behoeve van de minister doet de Algemene Rekenkamer dit als externe controleur van het Rijk ten behoeve van het parlement.

Gebruik maken van de ISSAIs en de interne controleur

De Algemene Rekenkamer wil voldoen aan de voor Rekenkamers geldenden internationale normen: De zogenaamde International Standards of Supreme Audit Institutions (ISSAI’s). Naast algemene uitgangspunten aangaande de positie, taken en bevoegdheden van Rekenkamers stellen deze standaarden hoge eisen aan de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de auditfunctie. Met name voor de opzet, uitvoering, rapportage en kwaliteitsbewaking van de jaarlijkse financiële controle (financial audit) gelden specifieke en vergaande eisen.

Om vast te stellen of we gebruik kunnen maken van de bevindingen van de Auditdienst Rijk (interne controleur), voeren we een review uit. Dat wil zeggen dat we beoordelen of de kwaliteit en de omvang van de werkzaamheden van de Auditdienst Rijk voldoen aan de eisen. Is dit het geval, dan gebruiken we de bevindingen van de Auditdienst  Rijk mede als basis voor onze eigen oordeelsvorming.

En als het niet klopt?

Als er fouten en onzekerheden in het jaarverslag voorkomen die de hiervoor geldende tolerantiegrenzen overschrijden, en als er onvolkomenheden zijn in de bedrijfsvoering van het ministerie, dan vermelden wij dat in onze rapporten bij de jaarverslagen. De ministers worden geacht daarop te reageren met passende maatregelen. We sporen de betrokken minister aan een verbeterplan te maken. In zo’n verbeterplan moeten concrete maatregelen en een duidelijk tijdpad staan. Als de minister onvoldoende maatregelen treft, dan kunnen wij een bezwaaronderzoek instellen of bezwaar maken.

We kunnen altijd bezwaar maken als wij onvolkomenheden of onrechtmatigheden hebben geconstateerd. We maken er echter alleen in bijzondere situaties gebruik van. Bijvoorbeeld wanneer een minister verweten kan worden niet te reageren op eerdere signalen en aanbevelingen, of wanneer er sprake is van omvangrijke fouten in het jaarverslag.